Traumaklachten

Na het meemaken van schokkende gebeurtenissen wordt er al snel gesproken over een posttraumatische stress stoornis (PTSS). Dat is de officiële naam van het ziektebeeld dat kan ontstaan na het meemaken van schokkende gebeurtenissen. Dat ziektebeeld bestaat uit allerlei psychische klachten, zoals hieronder benoemd.

Beter zou het echter zijn te spreken van (post-) traumaklachten, of klachten na schokkende gebeurtenissen, want als mensen psychische klachten ontwikkelen, kan dat zich uiten in een PTSS, maar minstens zo vaak gebeurt dat in de vorm van een depressie of een angststoornis.

De diagnose PTSS wordt gesteld als onderstaande klachten naar aanleiding van een ingrijpende gebeurtenis langer dan een maand aanhouden en deze klachten het dagelijks leven ernstig in de war schoppen:

  • herbelevingen: beelden, geluiden, geuren die je doen herinneringen aan de ingrijpende gebeurtenis; het gaat om indringende beelden, geluiden en geuren waaraan je je niet kan onttrekken; ook aanhoudende dromen en nachtmerries vallen hieronder; soms voelt het alsof je weer helemaal in de traumatische situatie terug bent; de herbelevingen gaan gepaard met nare lichamelijke sensaties.
  • vermijding: bij vermijding wil je niet denken of praten over wat er gebeurd is; ook het vermijden van mensen, plaatsen of situaties die je doen denken aan de traumatische situatie valt hieronder; je doet veel moeite voor het vermijden;  in het begin lijkt deze vermijding te helpen, maar op de langere duur doet het je geen goed.
  • negatieve gedachten of emoties, die te maken hebben met de gebeurtenis: zoals je delen van de gebeurtenis niet kunnen herinneren; negatieve gedachten zoals “Er is iets vreselijk mis met mij,” “Niemand is te vertrouwen,” of “De wereld is door en door gevaarlijk”; ook de schuld aan jezelf of anderen geven hoort hierbij; of gevoelens van angst, afschuw, boosheid of schaamte hebben; en verminderde interesse hebben in activiteiten die je eerder wel graag deed; of een afstand voelen tot anderen (je vervreemd voelen van anderen).  
  • spanningsklachten: je voortdurend op spanning voelen staan, dit kan zich bijvoorbeeld uiten in: prikkelbaar zijn; een kort lontje hebben;  irritaties die makkelijk escaleren naar overmatige woede en agressie; risico’s nemen; heel alert/waakzaam zijn; slecht slapen; snel schrikken en moeite hebben je gedachten ergens bij te houden.

Als je dergelijke klachten kort na de gebeurtenis ervaart, kijk dan bij ‘Online hulpmiddelen’. Als de klachten echter langer dan 4-6 weken aanhouden, is het belangrijk om hulp te zoeken, kijk daarvoor bij  ‘Hulpverlening’.